de Spinnende Mug 

wolatelier: spinnen & vilten  

Mijn Blog

Een doorlopende reeks van informatieve vermeldingen


Het meest recente blog bericht: 


1 juni 2021 (aankondiging)

De tour de Fleece 2021 Team lage land

:Zoals al aangekondigd in mijn nieuwsbrief ga ik meedoen aan het team van "De tour de Fleece - lage land"  Misschien is het ook iets voor jou? De waarde is dat je een periode intensief spint met altijd een vruchtbaar resultaat dat je straks weer kunt verwerken tot een werkstuk.  Maar bovenal gaat het om plezier en uitwisseling.

Je kunt je aanmelden via de Facebookgroep: Tour de fleece Team lage land

Hieronder laat ik alvast Gitte Loos aan het woord (initiatiefneemster van dit team):

   

""Met de zomer in het vooruitzicht gaan we ons ook weer verheugen op de Tour de France. Vorig jaar hebben we veel plezier gehad ik heb zin in de komende tour.


Op 26 juni start de tour de France. En wij als spinners hebben dan ons eigen feestje de tour de fleece.


Wat is de bedoeling:

  • Je spint elke dag dat de tour fietst. Zaterdag 26 juni tot zondag 18 juli.
  • Je kiest je eigen project.
  • En er zijn rustdagen op 5 en 12 juli net als de echte tour.
  • Elke dag post je minimaal 1 foto van je voortgang in de groep.

Een optie is om iets voor jou persoonlijk uitdagends op de zwaarste/hoogste berg-etappe te spinnen:

Dit jaar is de eerste op zondag 4 juli, wanneer het bergachtige programma van de dag begint met de tocht naar de Col du Pré gevolgd door de majestueuze Cormet de Roselend voordat de fietsers de lange laatste klim opgaan die onder de dam helemaal naar de Val Claret sluipt.


De tweede is op zondag 11 juli, wanneer de fietsers door Prades, Font-Romeu, de col de Puymorens, de Port d'Envalira en Beixalis reizen met hellingen die even moeilijk te beklimmen zijn als lastig af te dalen.


Je draagt geel op een dag dat je je bijzonder succesvol voelt. (Geel is de kleur van de raceleider in de Tour - maar hier zijn we allemaal 'race leaders') Andere kleuren indien het je motiveert: Groen (sprinter - denk SNEL), Polka-stip (klimmer - als in bergop) en wit ( Rookie).

Als je mee doet:


• Vertel wat je plannen zijn tijdens de tour. (eigen post)

• Post iedere dag een foto van wat je resultaat is.

• Moedig elkaar aan..


En ons belangrijkste DOEL:

• Daag jezelf uit.

• Spin.

• Heb plezier.


Gitte""








foto 1

foto 2

foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 9b

|Foto 10

Fotot 11

Foto 12

17 mei 2021

1Het spinnen van katoen verlangt liefde en geduld..

Gedurende het voorjaar en de zomer heb ik mij voorgenomen om me te bekwamen in het spinnen en verder verwerken van plantaardige vezels. De bedoeling is dat ik verslag zal doen van deze bevindingen. Wil je op de hoogte blijven meld je dan aan voor de nieuwsbrief. 


Katoen

Als eerste staat katoen op het programma. Katoen is een zachte, eencellige vezel, die uit de opperhuid van de zaden van de katoenplant groeit. We zien (zie foto 1) dat het kleine witte bolletjes zijn die uiteindelijk gesponnen kunnen worden tot een mooie lange draad.

Het spinnen van katoen verlangt nogal wat spinervaring. Door de korte vezel lengte (10-55 mm) en de gladde structuur van de vezel zal de draad in het begin makkelijk breken. Mijn ervaring is dat je jezelf tijd moet geven om als het ware de vezel te gaan ervaren en te voelen wat het nodig heeft met betrekking tot spanning, ratio (zie onder) en eigen ritme van het trappen. Het gaat vooral om een goede balans tussen het geleide van de vezel en de gestage snelheid van trappen. In het navolgende zal ik je de nodige tips geven. 

Voorbereiding:

Bij Hawar, het textielinstituut in Oldeberkoop (Friesland) bestel ik 700 gram spin katoen (foto 2) Ik heb vooralsnog geen idee wat ik nodig heb voor een heel vest.

Veel spinsters maken van de vezels, alvorens ze gaan spinnen puni’s. Een puni is een compact minirolletje en vooral geschikt voor een korte vezel: Je legt wat plukje katoen tot halverwege je kaardbord. ( foto 3)Je maakt de vezel los terwijl je het om twee ronde stokjes of breinaalden rolt (foto 4) Je trekt stokjes/of de breinaalden eruit en je hebt een mooi pluizig rolletje dat je vanaf de top kunt spinnen.( foto 5) De ervaring is dat de vezel zich dan iets soepeler geleid.

Mijn ervaring is dat het direct spinnen uit de lont (zie later) als je de vaardigheden van het geleiden van de vezel te pakken hebt, prima gaat. Maar dit is een kwestie van uitproberen. Wel maak ik tenslotte een puni van de afgebroken stukjes, en plukjes die tijdens het spinnen op de grond zijn gevallen. 

Ieder zijn eigen ‘ratio’

Zowel op internet als in de literatuur wordt geadviseerd je spinnenwiel op de hoogste ratio te zetten. Dat wil zeggen dat je de snaar in de laagste groef van de snaarschijf plaats (foto 6) Met andere woorden, hoe kleiner de diameter van de snaarschijf hoe hoger de ratio (snelheid). Wanneer je bijvoorbeeld een traditionele Louet hebt zet je de kleinste schijf van de klos naar achteren.

Maar….dit advies volgde ik op en het resultaat was dat mijn katoen dramatisch ging ‘twisten’. Met twist wordt bedoeld dat per millimeter er te veel draaiing is waardoor de draad gaat kronkelen. En vooral katoen heeft nog sterker deze neiging! Twist krijg je doordat je dus te snel gaat. Ik ben een snelle spinster dat wil zeggen dat ik mijzelf steeds moet manen om langzamer en langzamer te trappen. Voor mij betekent het dus dat ik juist bij het spinnen van katoen mijn snaar in de hoogste groef moet plaatsen (foto 7 van de louet ) zodat ik een lagere ratio (snelheid) krijg. En inderdaad dat werkte. Na verloop van tijd kreeg ik een mooie gladde draad, met soms nog een beetje twist, maar dat loste zich op bij het twijnen.

Ik zou je dus willen adviseren, om eerst te onderzoeken wat voor jou de beste ratio is, omdat het dus afhankelijk is van jouw snelheid van spinnen. Daarmee is ook gezegd dat niet ieder spinnenwiel het zelfde is. 

Spanning

Ook moet je de spanning goed regelen. Dat kun je doen door de ‘rem’ losser of vaster te draaien. Bij de traditionele Louet spinnenwielen (Ierse spanning) zit aan de voorkant een schroef met leren riempje (foto 8) De spinnenwielen met Schotse spanning (foto 9) hebben elastiekje of draadje dat met de klos meeloopt. In de regel wordt geadviseerd bij garens met een hoge twist (zoals katoen) de spanning zo los mogelijk te zetten waardoor de spoel minder trekt. Deze losse spanning werkte ook bij mij het beste. Gelukkig heb ik nog assistentie van een wezentje dat helpt mijn spanning te regelen (foto 9b)

Te fluffy of te veel twist?

Je spint dus een evenwichtige draad als deze niet te fluffy is (te weinig omwentelingen per millimeter) waardoor de gesponnen draad nog niet hecht is en gemakkelijk breekt. Of te veel twist (te veel omwentelingen per millimeter).

In geval van te veel twist moet je dus onderzoeken of de ratio niet te hoog is (zie boven) waardoor je te snel gaat. En kijk ook of de spanning los is. Voorst kan het zijn dat je te snel trapt. Ik zelf trapte met een mantra in mijn hoofd “Langzaam en geleidelijk, langzaam en geleidelijk…”.

Wanneer de draad te fluffy blijft moet je kiezen voor een hogere ratio (snelheid) en dat kan om je snaar in een lagere groef te zetten. Mogelijk kun je de spanning iets bekrachtigen (maar dat zou ik pas in 2e instantie doen). 

Aanhechten en spinnen

Het is zaak om heel geleidelijk over een lengte van 10 centimeter de katoen aan de wollen aanhechtingsdraad of al reeds gesponnen draad aan te hechten. Je hecht dus niet meteen de hele lont aan maar houd de lont iets schuin en trekt een klein plukje schuin uit de lont. (foto 10). Een hele effectieve manier is om de lont losjes om je vingers te vouwen (foto 11) en een plukje eruit te trekken en deze over de aanhechtingsdraad te leggen. Houd bij het aanhechten even de draad wat tegen voor deze in het vluchtgat verdwijnt, je moet zeker weten dat het goed is aangehecht (op die plek zal er wat twist zijn). Nu kun je verder losjes wat vezels uit het lont om je vingers trekken.

Door een korte stapel lengte zullen als vanzelf je linker en rechterhand dichter bij elkaar zijn (“short draw spinning”) steeds trek je losjes kleine plukjes uit de lont, zodanig dat je niet de verbinding met de lont verliest en je ook de hechting aan de spinnende draad behoud. Mijn ervaring is om niet te snel te willen gaan want dan kun je de regie gemakkelijker verliezen over het geleiden van de vezels.

Soms merk je dat er te veel vezels ineens in het spingat verdwijnen en dat een dikker gedeelte al mee wordt getrokken, ga dan langzamer trappen. Je kunt dan ook even afbreken en de dikte wat uitpluizen en weer opnieuw aan hechten. Wanneer je wat meer ervaring met spinnen hebt en je merkt dat de draad te dun wordt kun je dat al spinnend herstellen door wat meer vezels erbij te trekken als je dat ziet aankomen, maar nogmaals dit is een kwestie van oefening. 

Tot slot een bemoediging …

Hoewel ik de nodige spinervaring heb voelde het spinnen van katoen, het eerste uur, alsof ik weer begon met spinnen. Om de haverklap brak de draad omdat deze nog te fluffy was, of juist kringelde vanwege een te sterke twist. Of hele plukken katoen werden al voortijdig door het spingat geleid zodat een dikke prop ontstond. Waarschijnlijk herken je deze euvels allemaal van het moment dat je leerde spinnen. Zoals het je toen lukte om na verloop van een paar uurtjes een mooie draad te spinnen lukt dat uiteindelijk ook met katoen. Je zult dan bemerken dat de periode langer en langer worden zonder al deze euvels. De belangrijkste factoren die de juiste instelling schragen zijn liefde en geduld!

Ik zelf maak bij een nieuwe vezel altijd de afspraak dat ik de eerste 100 gram gewoon doorzet. Het lichaam moet de tijd krijgen om de juiste balans tussen het geleide van de vezel en het ritme van het trappen te verankeren in het motorisch geheugen. Na ongeveer 25 gram katoen spinnen begon ik deze balans te pakken te krijgen. Op deze laatste foto (12) zie je mijn eerste streng gesponnen en getwijnde katoen. 

0